Ook kwb wil

schone kleren

 


Op 24 april 2013 stortte het Rana Plaza-complex in Dhaka (Bangladesh) in. Hierbij kwamen 1.129 kledingarbeidsters om het leven. De ogen van de rest van de wereld gingen open, toen bleek in welke mensonterende, maar vooral gevaarlijke omstandigheden de Bengaalse vrouwen moesten werken. Er werd actie geëist en beterschap beloofd. Veiligheidsvoorschriften werden opgesteld en inspecties werden aangekondigd.

Een jaar later maakt Wereldsolidariteit de balans op. De organisatie blijft aandacht vragen voor schone, eerlijke kleren. 115 modemerken en kledingketens ondertekenden een Veiligheidsakkoord, voor een transparant en veilig productieproces. Een grote stap voorwaarts, maar er blijft nog werk aan de winkel, zo blijkt...

De Rana Plaza-ramp van een jaar geleden heeft de wereld geschokt. Ook de westerse kledingindustrie voelt zich mee verantwoordelijk. Consumenten zijn mondiger dan ooit en willen graag ‘schone kleren’ kunnen kopen, die op een ethisch verantwoorde manier zijn gemaakt. Wereldsolidariteit grijpt dit momentum aan om dit voorjaar massaal actie te voeren en Belgische kledingketens te mobiliseren om ‘schone kleren’ in de rekken te hangen.

 

Wat is ‘schoon’?

“Voor Wereldsolidariteit en de Schone Kleren Campagne is het belangrijk dat bedrijven een goede gedragscode hebben en naleven, voor heel hun productieketen”, licht Jaklien Broekx van Wereldsolidariteit toe. “Ze garanderen hiermee dat ze alleen kleding verkopen die gemaakt is in correcte omstandigheden: leefbare lonen, het recht op organisatie, geen gedwongen overwerk, geen discriminatie, veilige en gezonde werkomstandigheden, geen dwangarbeid en geen kinderarbeid. Deze basisvoorwaarden stemmen overeen met internationaal erkende arbeidsnormen. Bedrijven moeten ook meewerken aan een onafhankelijke controle op de naleving van deze voorwaarden.”

 

Goed bezig

Heel veel kledingketens en merken hebben momenteel een gedragscode op papier, vaak onder druk van de consument. “De grote vraag is of deze code ook wel echt in de praktijk wordt nageleefd, in de fabrieken waar zij hun orders plaatsen. Een goede vakbondswerking op de werkvloer is de beste garantie hiervoor. Op vlak van ‘leefbaar loon’ en ‘onafhankelijke controle’ scoren heel wat minder bedrijven goed.”

Toch zijn er ook bedrijven die grote stappen zetten in de richting van schone kleren. “Merken en modeketens die lid zijn van de Fair Wear Foundation (FWF) hebben een goede gedragscode die ze moeten toepassen - inclusief leefbaar loon en vakbondsvrijheid - en ze onderwerpen zich aan externe controle, wat ontzettend belangrijk is. Onder meer de bekende merken Filippa K, Jack Wolfskin, Mc Gregor en Kuyichi zijn aangesloten bij FWF. Omdat de kledingketen zo ingewikkeld is, met onderaannemingen en verschillende leveranciers, ben je nooit 100% zeker dat alles ‘schoon’ is, ook bij deze bedrijven niet. Maar de FWF-leden zetten alvast heel grote stappen.”

 

Drie eisen

Heel concreet schuift de campagne drie eisen naar voren. “Veilige en gezonde werkomstandigheden is de eerste. Voor de bedrijven die in Bangladesh laten produceren, betekent dit concreet de ondertekening en uitvoering van het Veiligheidsakkoord. De tweede en cruciale eis is ‘leefbaar loon’. Als norm nemen we dat wat vakbonden in de productielanden als ‘leefbaar’ vooropstellen. In Bangladesh is dat 81 euro, in Cambodja is 120 euro een leefbaar loon. Onze derde eis is vakbondsvrijheid en onafhankelijke controle. Vakbonden zijn de beste garantie voor goede en gezonde werkomstandigheden.”

(Dit artikel is een uittreksel uit het themadossier 'Schone kleren' in Raak april.)

Delen

 

 

Cookies maken het eenvoudiger voor ons om onze diensten te leveren. Met het gebruik van onze diensten geef je ons toestemming om cookies te gebruiken.
Ok