Sociale zekerheid onder druk

Voorwoord Raak november

Bij kwb staat solidariteit hoog in het vaandel. De laatste tijd wordt solidariteit echter gekaapt, uitgehold en bij de oude meubels gezet. Niet langer nodig en wenselijk, zo lijkt het. Kranten en tv-journaals puilen uit van zulke berichten. “Belastingen te hoog”, “Sociale zekerheid te duur”, “Openbare dienstverlening overlaten aan privésector”, …

Voor sommigen zijn werkloosheid en armoede niet langer sociale problemen, maar wel het resultaat van persoonlijk falen. Met die blik op de maatschappij heeft kwb het moeilijk. Wij zien solidariteit niet als liefdadigheid, maar wel als een structureel fundament binnen onze maatschappij. De sociale zekerheid is een systeem gebaseerd op wederkerigheid en lotsverbondenheid. Dat soort solidariteit verbindt jong en oud, rijk en arm, zieken en gezonden, wie werkt en wie dat niet kan. Je draagt bij tot het systeem, en daar put je rechten uit. De essentie is dat iedereen participeert. Solidariteit is geven wanneer je kunt, en krijgen wanneer je dat nodig hebt.

 

We krijgen allemaal heel veel terug uit de pot, maar we zien dit misschien te weinig, en we vertellen het te weinig. Wanneer ik papa word, heb ik recht op kinderbijslag, kan ik rekenen op tien dagen vaderschapsverlof – een oude kwb-eis die werd gerealiseerd – en als ik met mijn kind naar de dokter moet, dan wordt die uitgave deels terugbetaald. Later kan mijn kind ook een beroep doen op thuiszorg om voor mij te zorgen, als ik ouder word. Ten slotte kan ik ook terecht in een woon- en zorgcentrum. En zo kan ik blijven doorgaan. Iedereen heeft baat bij een sterke solidariteit.

Wie de rekening van een kind maakt – van bevalling tot diploma – ziet snel in dat de sociale zekerheid geen hangmat is waarin je op je lauweren kunt rusten. Het is een vorm van solidariteit, waar iedereen wel bij vaart.

Wim Verlinde, algemeen voorzitter kwb

Delen