Armoede past niet in onze samenleving

Voorwoord Raak oktober 2015

Cijfers zeggen niet alles, maar soms spreken cijfers voor zichzelf. In België groeit één op de zeven kinderen in armoede op. In steden als Brussel en Antwerpen is dit bijna één op de vier. Meer dan een derde van de Vlamingen leeft in armoede of loopt ernstig risico om in armoede te verzeilen. En die groep wordt steeds groter.

Ook in onze omgeving leven mensen in armoede. We kennen hen van zien, of van een praatje af en toe. Maar daarom weten we nog niet hoe het aanvoelt om elke dag te moeten overleven met weinig middelen, of om je elke dag zorgen te moeten maken over morgen.

Over armoede zijn de meningen rap gevormd. Vooral dan door mensen die hun bestaan ‘zeker’ weten. “Armoede? Ach kom, toch niet hier. Toch niet in ons land?”

Armoede is complex, armoede is een kluwen. Ieder verhaal is ook anders. Armoede beweegt als een neerwaartse spiraal. Als mensen in armoede hun verhaal vertellen, zie je vele oorzaken en verschillende factoren die afremmen, en meer en meer grenzen opwerpen.

 

Armoede heeft een buiten- en een binnenkant. Armoede wordt zichtbaar als het gaat om huisvesting of tewerkstelling, bijvoorbeeld. Daarnaast heeft armoede ook een onzichtbare binnenkant. Het gevoel niet mee te tellen, niets te kunnen, niets waard te zijn, bijvoorbeeld. Die gevoeligheden wegen vaak zwaarder dan de materiële of financiële armoede. Er zijn vele wegen naar armoede, en vaak vallen ze samen.

Kwb draagt sociale rechtvaardigheid en solidariteit als rode draad mee. Ook vandaag blijven we kiezen voor een sociaal rechtvaardige samenleving en strijden we verder tegen armoede. Armoede past immers niet in onze samenleving.

Wim Verlinde, algemeen voorzitter kwb