Voorwoord Raak mei 2021

Samen de handen in elkaar slaan

KnaldrangWeet jij nog wanneer er in jouw gemeente een cultuurcentrum of een gemeenschapscentrum werd gebouwd? Vanaf eind jaren 60, begin jaren 70 - ook de hoogdagen van het verenigingsleven - werden ze overal gebouwd. Een studie in die tijd toonde immers aan dat de culturele infrastructuur verouderd was en niet voldeed aan de moderne eisen. In cultuurraden werd toen met trots aangekondigd dat de gemeente erin ging investeren, zodat de verenigingen hun activiteiten in goede omstandigheden konden organiseren. In de eerste plaats zou het centrum een plaats worden waar de activiteiten van verenigingen konden plaatsvinden. Het klonk toen als muziek in de oren.

Een beetje later werden er ook cultuurfunctionarissen aangetrokken. Hun taak: het gemeenschapsleven bevorderen, net als cultuurparticipatie en cultuurspreiding. Hij/zij moest dus ook de verenigingen betrekken bij het organiseren van culturele en gemeenschapsactiviteiten. Zo’n cultuurfunctionaris: het lijkt wel poëzie.

Maar een cultuurfunctionaris wordt aangestuurd door een schepen van cultuur, en beiden zagen mooie kansen in dat nieuwe gebouw. Ze dachten niet meer aan de verenigingen, maar zagen de opportuniteit om grote namen op de affiche te krijgen. In de eerste jaren deden ze dat nog op de momenten die vrij waren en kregen de verenigingen voorrang, maar na een tijdje werd hun eigen programma veel belangrijker. De publicatie van het cultuurprogramma werd het hoogtepunt van het jaar. Kosten noch moeite werden gespaard om het bekend te maken. Inwoners stonden massaal aan te schuiven om een abonnement te bemachtigen.

Kwb-afdelingen zien hun deelnemers als buren, kennissen, vrienden zelfs

In de mooie leskeukens en vormingslokalen was ook nog ruimte. Waarom geen kooklessen of wijnproefavonden organiseren met de gemeente? “Heel wat inwoners hebben al interesse getoond.” En zo kwam er in de programmabrochure nog een extra hoofdstuk.

En wij, kwb en andere verenigingen, wij keken toe. De ‘gesubsidieerde’ kookles van de gemeente met een bekende chef trok tientallen inwoners aan. De ‘gesubsidieerde’ wijnproefavond met de ‘sommelier van het jaar’ was snel uitverkocht.

Tijdens de coronacrisis viel alle activiteit stil in het cultuurcentrum. Kwb-afdelingen bleven echter wel contact houden met de buurt. De griezeltochten waren een grandioos succes, en dat hadden ze in de gemeenten ook gemerkt. De vos in het bos, paaszoektochten … ondanks de toelating die her en der werd gegeven om de kwb-paastochten te organiseren, vonden sommige gemeenten het een goed idee om dat ook zelf te organiseren. Een paginagrote advertentie, promotie op de gemeentelijke website en een Facebookpagina van hun eigen tocht. Die van de kwb-afdeling moest het doen met een kleine aankondiging bij ‘verenigingsactiviteiten’.

Maar er is een groot verschil tussen een kwb-activiteit en eentje van bijvoorbeeld de gemeente. Kwb organiseert activiteiten om mensen samen te brengen, het gemeenschapsgevoel te verhogen, eenzaamheid te bestrijden, mensen elkaar te leren kennen in hun eigen buurt. Zij zien deelnemers als buren, kennissen, vrienden zelfs. Zij zien hen niét als consumenten.

Waarom organiseren kwb-afdelingen en gemeenten deze activiteiten niet samen? Waarom zouden we niet samen de handen in elkaar slaan, in plaats van elkaar te beconcurreren? Het is een goedkope manier voor een gemeente om het verenigingsleven te steunen en mensen warm te maken om samen zelf dingen te organiseren. En die aanmoediging is broodnodig. Dus kwb’ers, neem contact op met je gemeentebestuur of cultuurfunctionaris, en vraag hem samen met jullie te programmeren. Dat wordt gegarandeerd een win-winsituatie!