Voorwoord Raak Oktober 2020

De buurt, waar niks nog ver is! (en kwb nabij)

de buurtTijdens de coronaperiode is onze manier van leven veranderd. Nu is het misschien ook tijd om de inrichting van onze buurten te herdenken?
Stel: het is acht uur ’s ochtends en je stapt je deur uit. Onderweg naar de bushalte spring je nog even binnen bij de bakker. Aan de overkant zie je de buurvrouw met de kinderen naar school vertrekken. De buurt bruist, maar er is amper een auto te bespeuren. Zij staan verderop in hubs geparkeerd. Bomen, bankjes, moestuintjes en bloemenperkjes hebben hun oorspronkelijke plaats ingenomen of er zijn terrassen, zoals dat nu reeds op vele plaatsen realiteit is. Net zoals je buren heb je een abonnement op een mobipunt met deelauto’s, steps en elektrische fietsen. Wat denk je ervan?

In een stad zijn er een aantal van die dorpen, 15-minutensteden. Op een kwartier wandelen of fietsen van je huis vind je alles wat je in het dagelijks leven nodig hebt: winkels, scholen, co-working spaces, parken, cafés, restaurants. Ieder ‘dorpje’ is een zelfvoorzienende buurt waar alles heel nabij is en waar je de auto enkel in uitzonderlijke gevallen nodig hebt, bijvoorbeeld om op vakantie te gaan.
De coronacrisis en ‘opsluiting’ hebben aangetoond dat consumenten lokale handel belangrijk vinden, met campagnes rond lokale consumptie tot gevolg. Tijdens de crisis hebben de mensen bovendien hun buurt herontdekt. We hebben ervaren dat sommige fietspaden te smal zijn om een veilige afstand te bewaren, dat parken belangrijk zijn voor ons … Het is nu het moment om veranderingen door te voeren.

Een zelfvoorzienende buurt waar je alles vindt op een kwartier wandelen of fietsen, hoe klinkt dat?

Dit is een fundamenteel andere visie op stadsontwikkeling, en ze is niet enkel voor grootsteden als Parijs, Barcelona of Melbourne, waar men hier reeds volop werk van maakt. Net in centrumsteden en landelijkere gebieden zoals Ieper, Tienen of Lokeren is er het grootste potentieel om de leefomgeving gezonder te maken.
Een aantal ingrepen waar we werk van kunnen van maken zijn onder meer een veilige omgeving voor fietsers en voetgangers met een goede toegang tot kwalitatief openbaar vervoer, en het flexibeler omspringen met het gebruik van openbare gebouwen. Elk sportterrein en schoolgebouw zou maximaal benut moeten worden. We voorzien ook ‘derde plaatsen’, ontmoetingsplaatsen voor de buurt die sociale contacten bevorderen en waar mensen willen zijn, en maken bloeiende lokale economieën mogelijk.
Dit zijn nog maar een aantal pistes - er zijn nog veel meer zaken mogelijk, zowel ingrijpende als kleinere. Het is een kwestie van keuzes maken en ervoor (durven) gaan.

Het idee van de 15-minutenstad komt van de Deense architect en stadsplanner Jan Gehl, die onderzoek naar de menselijke stad. Daaruit blijkt dat het belangrijkste in zo’n stad traagheid, wandelen, rondhangen en minder stress zijn.
Een utopie? Misschien wel, maar er zitten volgens mij ook kansen in om buurten kwalitatiever te maken, gezonder … kortom om de levenskwaliteit te verhogen. Nu is het hét moment.

Een bruisende buurt is de toekomst! Laat dat nu net ook de slogan van kwb zijn. Laten we dus samen werken aan een kwalitatievere buurt. Een buurt waar je niet gewoon doorrijdt, maar waar mensen elkaar kennen en een praatje slaan. En waar kwb actief is, natuurlijk!