← Terug naar overzicht

Afscheid in coronatijd

Afscheid nemen gebeurt in deze coronatijden anders dan we gewoon zijn. Hoe kunnen jullie als kwb-afdeling je medeleven betuigen?

tea lights

Enkele ideeën:

  • vanuit de afdeling een digitaal fotoboekje aanmaken met beelden van wie overleden is, mooie herinneringen aan het kwb-lid.
  • je kan ook een tekstboekje maken waarin elk bestuurslid een quote schrijft die betrekking heeft op de overledene.
  • een sms of Whatsapp-berichtje, hoe klein ook, laat de ander voelen dat je nabij wilt zijn.
  • de kinderen een gekleurde tekening laten maken over hoe ze zich de hemel voorstellen.

In onderstaande tekst verwoordt een bestuurslid het verlies van zijn moeder in deze coronatijden:

Mijn mama is moeder van 5 zonen, grootmoeder van 13 kleinkinderen en overgrootmoeder van 17 ½ achterkleinkinderen. Ze vierde op 30 augustus 2019 met de ganse familie haar 95e verjaardag. Naar eigen zeggen een zeer gelukkige verjaardag, hoewel ze een maand voordien van de dokter te horen had gekregen dat ze een kwaadaardig gezwel in de pancreas had. Een vonnis dat haar wel uit evenwicht bracht maar tot dusver een kwaal die haar nog niet veel had afgehouden van haar dagdagelijkse bezigheden. Drie maanden geleden belandde ze na een val eerst in het ziekenhuis en daarna in het woonzorgcentrum. Van de val was ze - gezien haar leeftijd - nog wonderlijk snel hersteld, maar door andere kwalen belandde ze nog twee keer in het ziekenhuis. Op den duur zei ze: “Nu moeten ze mij niet meer naar de kliniek voeren”.

Ik vermoed sterk dat ons mama een van de bewoners was met het hoogst aantal bezoekers, zowel in de kliniek als in het WZC. Het beurde haar op en ze was er heel dankbaar voor. Maar de gedachte dat haar levenseinde nabij was, liet haar niet meer los. Begin maart spreekt ze openlijk over euthanasie. ‘Een moeilijke beslissing’, zei ze zelf. Voor sommigen een verrassing. Was het door de dreigende eenzaamheid van het bezoekverbod omwille van corona? Het WZC brengt haar in contact met de palliatieve thuiszorg. Ik vraag haar of ze het sacrament van de zieken nog wil ontvangen. Ja, graag! Was vlug geregeld met de pastoor.

Haar laatste dagen

Begin maart kondigt de veiligheidsraad het verbod op bezoek in de WZC’s af. Mama begrijpt het volkomen, maar het is toch een streep door de rekening voor zij die dagelijks meerdere mensen over de vloer kreeg. Behalve bij naderend levenseinde wordt sporadisch nog (één) iemand toegelaten.

Zo verneem ik op donderdag 19 maart van de WZC-verpleegster dat ze uitdrukkelijk naar de palliatieve thuiszorg gevraagd heeft. Hebben de coronamaatregelen dit proces bespoedigd? Is elk perspectief op enige beterschap nu zoek? Mama heeft sinds die morgen niet meer gegeten. Haar laatste wens: alle kinderen en kleinkinderen nog eens zien. Dat gebeurt dan ook zo goed als het kan en mag van de instelling. Helder van geest ontvangt ze bijna eenieder afzonderlijk. Haar boodschap is er een van onvoorwaardelijke liefde: ‘Ik zie jullie zo graag!‘ Bij mijn laatste bezoek op vrijdag breng ik haar in contact met nog drie hartsvriendinnen: telefonisch levensafscheid! Ik blijf er rustig en gelaten, maar aanvaardend bij.

Zaterdagavond neemt een van mijn broers een moedige beslissing in onderling overleg met alle betrokkenen: hij wil ons moeder naar hem thuis laten overbrengen voor haar laatste levensdagen. Het voelde ondraaglijk dat ons moeke alleen tussen vier muren zou sterven. Zondagmorgen brengen we haar dus met rolwagen en camionette tot bij hem thuis, waar een ziekenhuisbed in de living op haar wacht. We spreken af om beurt bij ons moeke te ‘waken’. Altijd met oog voor de coronaregels. Haar stem verzwakt van uur tot uur. We houden haar hand geregeld vast en koesteren haar. Enkel kleine slokjes water gaan nog binnen. De pijnpomp met slaapmedicatie wordt op maandagvoormiddag ververst door de verpleegster. Nadien valt ze in een diepe slaap. Mama wordt niet meer wakker. Nooit meer. Dinsdagavond om 18u45 stopt haar lang standgehouden moedige maar zachte hart. Sterke, diep verborgen emoties komen nu naar boven … Schoondochters-verpleegsters wassen haar en tooien haar op. Wat voelt het goed aan dat we dit afscheid zó nabij hebben kunnen meemaken. Stap voor stap, niet bruusk, haast voorbereid. Een zegen mag het genoemd worden, waarvoor we allen dankbaar zijn.

Rouwen in lockdown

Voor de uitvaart overleggen we met de begrafenisondernemer en de pastoor. Onderling met de vijf broers slagen we erin om tot twee maal toe voor het eerst ooit een videovergadering te houden. Immers, het wordt geen normale dienst. Slechts twintig personen mogen in de kerk: de vijf zonen en schoondochters plus kleinkinderen. Geen partners of achterkleinkinderen. Het wordt nog een sobere en zinvolle dienst met de kist in de kerk. We zitten op ruim drie, vier stoelen van mekaar. Een broer zorgde voor een mooi houten kader voor de foto op haar kist. Een schoonzus schikte twee bloemstukken en leest een kort briefje voor van onze vijf nichten en neven. Zo zijn zij ook nog een beetje aanwezig. Voor het Sanctus wordt de versie gedraaid van het St-Jozefskoor, opgenomen in 1998, toen ons moeder er nog deel van uitmaakte. Ze heeft dus in haar eigen uitvaart mee gezongen. Kleinkinderen ontsteken kaarsen en lezen de voorbeden. Via live streaming kunnen enkele naaste familieleden toch iets meemaken. In zijn homilie trekt pastoor Chris de vergelijking vanuit het leven van ons moeke naar het evangelie van de Bergrede met de acht zaligheden. Ons verdriet krijgt ondanks alle beperkingen nog kans om zich te uiten. Het doet wat, een zo gelovige dierbare aan God te moeten teruggeven en een laatste maal in het kerkgebouw te zien, waar zij gedurende 69 jaar omzeggens elke zondag en vele malen op donderdagavond de eucharistie meevierde. Niets brengt mensen inniger en spiritueel met en bij mekaar dan in gebed en samen vieren. Haar kracht om zoveel liefde te kunnen geven, putte zij uit de eucharistie en haar dagelijks gebed. Ze hield veel van Jezus, Maria en Jozef. Ook van St-Antonius was ze een fan.

De afwezigheid van vele familie, vrienden, buren … voelt aan als een wezenlijk gemis aan intensiteit. Alles was zo “afstand-elijk”. Hoewel we nadien vele rouwbetuigingen op papier, per mail, via de begrafenisondernemer of persoonlijk mochten ontvangen. Het zijn stuk voor stuk parels met opbeurende woorden van meevoelende mensen. Hopelijk maken we dit wel goed in een ‘verrijzenisviering’ over een vijftal maanden. Mijn broer zei ooit: ‘Mama, als er van alle begrafenissen die jij bijgewoond hebt, één iemand komt, zal de kerk vele malen te klein zijn.’ Na de dienst staan we er wat bedremmeld bij op het kerkplein. Er volgt niets meer. Tenzij de crematie op maandag, maar ook zonder familie!

Die maandag in de late namiddag rij ik naar de begrafenisondernemer voor de afhaling van de twee kronen. De urne is net gearriveerd en ook dus het aspotje dat ik gevraagd heb. Ik vraag om de urne even te mogen zien. Ik neem ze in beide handen en … voel de warmte. Onvergetelijk om de warmte van ons moeke te mogen ervaren ook na haar dood! Een warmte die de tranen nogmaals doen opwellen.

De behoefte om herinneringen op te halen aan haar blijft door zinderen. Ze was zo’n ‘zalig’ iemand.

Ik maak me de bedenking dat in vergelijking met de vele coronadoden van nu ons mama en wij het geluk hebben gehad om waardig afscheid te kunnen nemen. God zij dank.

← Terug naar overzicht