Mag het wat trager?

Voorwoord Raak oktober 2019

We konden het zo goed op reis, tijdens de vakantie: ongegeneerd niets doen, alles op het gemak. Ik heb mezelf plechtig beloofd om het komende tijd rustiger aan te doen, trager te gaan leven. Ik liet me ook inspireren door de leeuwen in de dierentuin. Blijkbaar is luieren in het dierenrijk een verstandige keuze, om energie te sparen en te overleven.
De vakantie ligt ondertussen al een tijdje achter ons. En wat blijkt?

Als we trager willen leven, botsen we op een oud zeer: het harde werken. Dat spanningsveld heeft altijd bestaan, maar vandaag is het voelbaarder dan ooit. Mensen voelen zich steeds meer gevangen in de ratrace, in een wereld waarin de meeste dingen gericht zijn op versnellen en presteren. Afspraken plannen we strak achter elkaar in, en de rekken van de supermarkt staan vol kant-en-klare maaltijden die je in de auto snel naar binnen kan werken. Daarnaast is er ook nog de maatschappelijke druk om op zo jong mogelijke leeftijd een succesvol leven te hebben. Anders gezegd: zorg dat je rond je dertigste al carrière hebt gemaakt, een dik horloge om de pols hebt, en een leuke man of vrouw aan je zijde. En zou je ook niet eens aan kinderen denken?
Tijd is geld, kortom. Hoe intenser en sneller de tijd benut wordt, hoe meer geld hij vertegenwoordigt, maar hoe hoger ook de menselijke prijs die ervoor betaald wordt.

‘Het spanningsveld tussen trager leven en hard werken is actueler dan ooit’

Het doet me denken aan mijn blij weerzien met Marc in het park deze zomer. Hij is sinds vijf jaar met pensioen na een drukke loopbaan. Stralend en met aan elke hand een kleinkind vertelde hij hoe hij geniet van zijn pensioen. Hij heeft nu de tijd om op zijn kleinkinderen te passen en te genieten van hun jeugd. Bij zijn eigen kinderen heeft hij dat gemist, omdat hij toen hard aan het werk was. Ik werd er een beetje triest van. Je pensioentijd als periode om in te halen wat je gemist hebt in je leven … kan het echt niet anders, vroeg ik me af.

Stel je voor, je wordt pakweg 100 jaar oud. Dat is met de huidige stand van wetenschap en technologie helemaal niet zo ondenkbaar. De huidige indeling is dan ongeveer zo: de eerste 18 tot 25 jaar besteden we aan groei, ontwikkeling en opleiding. Daarna komt een jaar of 45 werken, en vervolgens zijn er nog 30 jaar om te mogen genieten van ons pensioen en alles in te halen wat we gemist hebben.

Maar hoe zou het zijn als we de eerste 30 tot 35 jaar van ons leven zouden wijden aan opgroeien, onze ontwikkeling en het vormen van een gezin? Dan zouden vrouwen het moederschap niet hoeven uit te stellen tot de biologische klok alarm slaat, en zouden mannen meer betrokken kunnen zijn bij de opvoeding van hun kinderen en het runnen van het huishouden. Als je daarna nog 40 tot 45 jaar werkt, ben je pas 75 jaar als je met pensioen gaat. Dat geeft je nog 25 jaar om te genieten van je oude dag, maar dan zónder het moeten inhalen van gemiste zaken.

Een ‘omdenk’-piste. Beeld het je eens in. Zit er iets in?

Delen

 

Cookies maken het eenvoudiger voor ons om onze diensten te leveren. Met het gebruik van onze diensten geef je ons toestemming om cookies te gebruiken.
Ok